11 January 2026 Liturgie 11-01-2026 09:30

Voorganger ds. D. Breure uit Kockengen
Voorzang:
Psalm 149 vers: 5
  1. Zo zal de heerlijkheid der vromen
    Op 't luisterrijkst te voorschijn komen;
    Zo schenkt Gods goedheid hun begeren;
    Lof zij den HEER der heren! 
Psalm 30 vers: 3 en 6
  1. Psalmzingt, Gods gunstgenoten, geeft,
    Geeft lof den HEER, die eeuwig leeft;
    Zijn vlekkeloze heiligheid
    Zij ter gedachtenis verbreid.
    Een ogenblik moog' ons doen beven;
    Zijn gunst verduurt een eeuwig leven. 
  1. Maar, toen G' U slechts een ogenblik
    Verbergdet, trof mij vrees en schrik.
    Dies riep ik om Uw heilgenot;
    Ik smeekt', en zeid': O grote God!
    Wat winst is uit mijn bloed te halen?
    Waartoe zou ik ten grave dalen? 
Psalm 25 vers: 2
  1. HEER, ai, maak mij Uwe wegen,
    Door Uw woord en Geest bekend;
    Leer mij, hoe die zijn gelegen,
    En waarheen G' Uw treden wendt,
    Leid mij in Uw waarheid, leer
    IJv'rig mij Uw wet betrachten;
    Want Gij zijt mijn heil, o HEER,
    'k Blijf U al den dag verwachten.
Psalm 38 vers: 17, 19, 21 en 22
  1. Want, o HEER, ik ben aan't zinken
    En tot hinken
    Ieder ogenblik gereed;
    'k Heb mijn smart en onvermogen
    Steeds voor ogen,
    Bij 't vooruitzicht van mijn leed. 
  1. Maar mijn vijand zie ik leven,
    Hoog verheven,
    Machtig, vrij van smart en nood;
    Die, om valse reên verbolgen,
    Mij vervolgen,
    Nemen toe en worden groot. 
  1. Zie mij, HEER, wien elk moet duchten,
    Tot U vluchten.
    O mijn God, verlaat mij niet;
    Blijf niet, wegens mijn gebreken,
    Ver geweken;
    Toon, dat Gij mijn rampen ziet. 
  1. HEER, ik voel mijn krachten wijken
    En bezwijken;
    Haast U tot mijn hulp, en red,
    Red mij, Schutsheer, God der goden,
    Troost in noden,
    Grote Hoorder van't gebed. 
Psalm 43 vers: 4 en 5
  1. Dan ga ik op tot Gods altaren,
    Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
    Dan zal ik, juichend, stem en snaren
    Ten roem van Zijne goedheid paren,
    Die, na kortstondig ongeneugt',
    Mij eindeloos verheugt. 
  1. Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen?
    Wat zijt g' onrustig in uw lot?
    Berust in 's HEEREN welbehagen;
    Hij doet welhaast uw heilzon dagen;
    Uw hoop herleev', naar Zijn gebod;
    Mijn redder is mijn God. 
Psalm 138 vers: 4
  1. Als ik, omringd door tegenspoed,
    Bezwijken moet,
    Schenkt Gij mij leven;
    Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,
    Uw rechterhand
    Zal redding geven.
    De HEER is zo getrouw, als sterk;
    Hij zal Zijn werk
    Voor mij volen - den,
    Verlaat niet wat Uw hand begon,
    O Levensbron,
    Wil bijstand zenden. 
Mattheüs 3: 1 - 12
  1. En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,
  2. En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
  3. Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht!
  4. En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
  5. Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;
  6. En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.
  1. Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
  2. Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
  3. En meent niet bij u zelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
  4. En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
  5. Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.
  6. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.
Tekst: Mattheüs 11: 2-6

1. Hoe Jezus Johannes de Doper beproeft.
2. Hoe Hij hem bewaart.
3. Hoe Hij hem behandelt.