12 April 2026 Liturgie 12-04-2026 09:30

Voorganger: prop. M. Slingerland uit Gouda
Voorzang:
Psalm 89 vers: 19
  1. Gedenk, o HEER, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur;
    Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur;
    Zou 't mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen?
    Wie leeft er, die den slaap des doods niet eens zal slapen?
    Wie redt zijn ziel van 't graf? Ai, help ons, als tevoren,
    Gelijk Gij bij Uw trouw aan David hebt gezworen. 
Psalm 67 vers: 1 en 2
  1. D' algoede God zij ons genadig,
    En zegen' ons met overvloed;
    Hij doe Zijn aangezicht gestadig
    Ons lichten, en Hij zij ons goed;
    Opdat elk genegen
    Zich aan Uwe wegen
    Op deez' aarde wenn';
    En de blinde heiden,
    Nu van God gescheiden,
    Eens Uw heil erkenn'. 
  1. De volken zullen U belijden,
    O God, U loven al te zaâm.
    De landen zullen zich verblijden,
    En juichen over Uwen naam.
    Volken zult Gij rechten,
    Hunne zaak beslechten,
    In rechtmatigheid;
    Volken op deez' aarde,
    Die Uw arm vergaarde,
    Die Gij veilig leidt. 
Psalm 103 vers: 2 en 10
  1. Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
    Hoeveel het zij, genadig wil vergeven;
    Uw krankheên kent en liefderijk geneest;
    Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
    Met goedheid en barmhartigheên u kronen;
    Die in den nood uw redder is geweest.
  1. De HEER heeft Zich, als d' allerhoogste Koning,
    Een troon gevest in Zijne hemelwoning;
    Zijn koninkrijk heerst over 't wereldrond.
    Looft, looft, den HEER, gij Zijne legermachten,
    Gij eng'len, die Hem dient met heldenkrachten,
    En vaardig past op 't woord van Zijnen mond. 
Psalm 33 vers: 1 en 3
  1. Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
    Rechtvaardigen, verheft den HEER.
    Het past oprechten, God te loven;
    Zingt Zijnen groten naam ter eer.
    Prijst Hem in uw psalmen,
    Met de schoonste galmen;
    Roept Zijn weldaan uit;
    Laat de keel zich paren
    Met den klank der snaren;
    Looft Hem met de luit. 
  1. Hij schept in 't heilig recht behagen;
    Zijn wijsheid is alom verspreid;
    Men hoort al 't wereldrond gewagen
    Van Zijne goedertierenheid.
    's HEEREN alvermogen
    Bracht de hemelbogen
    Door Zijn woord in 't licht;
    Heeft de flonkervuren,
    Die den tijd verduren,
    Door Zijn Geest gesticht. 
Psalm 85 vers: 2, 3 en 4
  1. Heeft dan, o HEER, Uw gramschap nimmer end?
    Zal z' eindlijk niet eens worden afgewend?
    Of zal Uw toorn ook op ons nakroost woên?
    Zult g' Uit den dood ons niet herleven doen,
    Opdat Uw volk zich weer in U verblij'?
    Dat toch, o HEER, Uw goedheid ons bevrij';
    Geef ons Uw heil, en red door Uwe hand,
    Uit vrije gunst, het zuchtend vaderland. 
  1. Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft;
    Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft,
    Zijn gunstgenoot, van blijden troost en vreê,
    Mits hij niet weer op 't spoor der dwaasheid treê.
    Voorwaar, Gods heil is reeds nabij 't geslacht,
    Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht;
    Opdat er eer in onzen lande woon'
    En zich aldaar op 't luisterrijkst vertoon'. 
  1. Dan wordt genâ van waarheid blij ontmoet;
    De vrede met een kus van 't recht gegroet;
    Dan spruit de trouw uit d' aarde blij omhoog;
    Gerechtigheid ziet neer van 's hemels boog;
    Dan zal de HEER ons 't goede weer doen zien;
    Dan zal ons 't land zijn volle garven biên;
    Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,
    Hij zet z' alom, waar Hij Zijn treden richt. 
Psalm 72 vers: 1, 4 en 11
  1. Geef, HEER, den Koning Uwe rechten,
    En Uw gerechtigheid
    Aan 's Konings zoon om Uwe knechten
    Te richten met beleid.
    Dan zal Hij al Uw volk beheren,
    Rechtvaardig, wijs en zacht;
    En Uw ellendigen regeren;
    Hun recht doen op hun klacht. 
  1. 't Rechtvaardig volk zal welig groeien;
    Daar twist en wrok verdwijnt,
    Zal alles door den vrede bloeien,
    Totdat geen maan meer schijnt.
    Van zee tot zee zal Hij regeren,
    Zover men volk'ren kent;
    Men zal Hem van d' Eufraat vereren,
    Tot aan des aardrijks end. 
  1. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
    Men loov' Hem vroeg en spâ;
    De wereld hoor', en volg' mijn zangen,
    Met Amen, Amen na. 
Micha 6: 1 - 16
  1. Luister toch naar wat de HEERE zegt:Sta op, roep de bergen ter verantwoording,laat de heuvels uw stem horen.
  2. Luister, bergen, naar de rechtszaak van de HEERE,ook u, vaste fundamenten van de aarde.De HEERE heeft immers een rechtszaak met Zijn volk,Hij voert een rechtszaak tegen Israël.
  3. Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan?Waarmee heb Ik u vermoeid?Getuig tegen Mij!
  4. Ik heb u immers uit het land Egypte geleid,u verlost uit het slavenhuis.Ik heb Mozes, Aäron en Mirjamvóór u uit gezonden.
  5. Mijn volk, denk toch aan wat Balak, de koning van Moab, beraamde,en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde,aan wat er gebeurd is van Sittim tot Gilgal,opdat u de gerechtigheid van de HEERE kent.
  6. Waarmee zal ik de HEERE tegemoet gaanen mij buigen voor de hoge God?Zal ik Hem tegemoet gaan met brandoffers,met eenjarige kalveren?
  7. Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden rammen,in tienduizenden oliebeken?Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding,de vrucht van mijn moederschoot voor de zonde van mijn ziel?
  8. Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is.En wat vraagt de HEERE van uanders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebbenen ootmoedig te wandelen met uw God.
  1. De stem van de HEERE roept tot de stad:– Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is –Hoor de roede en Wie hem voor u bestemd heeft.
  2. Zijn er in het huis van de goddelozenog schatten door goddeloosheid verkregenen een krappe efa, wat te verfoeien is?
  3. Zou Ik rein zijn met een goddeloze weegschaalen met een zak valse weegstenen?
  4. Omdat haar rijken er vol geweld zijn,haar inwoners er leugens spreken,hun tong bedrieglijk is in hun mond,
  5. zal Ik u ook ziek maken, door u te treffenen te verwoesten vanwege uw zonden.
  6. Zelf zult u eten, maar niet verzadigd worden,uw gevoel van leegte zal in uw binnenste blijven.U zult iets wegleggen, maar het niet in veiligheid brengen,en wat u in veiligheid zult brengen, zal Ik overgeven aan het zwaard.
  7. Zelf zult u zaaien, maar niet maaien,zelf zult u olijven treden, maar u niet met olie zalven,en nieuwe wijn oogsten, maar geen wijn drinken.
  8. Want men houdt zich aan de verordeningen van Omrien aan alles wat het huis van Achab gedaan heeft.U gaat voort in hun opvattingen,zodat Ik u overgeef aan de verwoesting,en haar inwoners maak tot een aanfluiting.Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen.
Tekst Micha 6:8

Thema "De rechtszaak van de HEERE tegen Zijn volk".
1) Zijn aanklacht
2) Zijn eis
3) Zijn oordeel

Herziene Statenvertaling
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Herziene Statenvertaling © Stichting Herziening Statenvertaling (HSV)