05 April 2026 Liturgie 05-04-2026 18:30

Voorganger ds. K. Hak uit Groot-Ammers
Voorzang:
Psalm 48 vers: 4
  1. Wij, o verheven Majesteit,
    Gedenken Uw weldadigheid
    In't midden van Uw heil'ge woning.
    Gelijk Uw naam is, grote Koning,
    Bij ons terecht geprezen,
    Zo is Uw roem gerezen,
    En bij de volken zeer vermaard,
    Tot aan het uiterst' eind der aard.
    Uw rechterhand, die't kwaad niet duldt,
    Is met gerechtigheid vervuld. 
Psalm 21 vers: 5 en 13
  1. Hoe groot en schitt'rend is zijn eer,
    Door 't heil, aan hem bewezen!
    Hoe is zijn roem gerezen!
    O alvermogend' Opperheer,
    Wat glans, wat majesteit
    Hebt Gij dien Vorst bereid! 
  1. Verhoog, o HEER, Uw naam en kracht;
    Zo zal ons vrolijk zingen
    Door lucht en wolken dringen;
    Zo wordt Uw heerschappij en macht
    Door ons, nog eeuwen lang,
    Geloofd met psalmgezang. 
Psalm 48 vers: 6
  1. Want deze God is onze God;
    Hij is ons deel, ons zalig lot,
    Door tijd noch eeuwigheid te scheiden:
    Ter dood toe zal Hij ons geleiden. 
Psalm 16 vers: 3 en 6
  1. Getrouwe HEER, Gij wilt mijn goed, mijn God,
    Mijn erfenis en 't deel mijns bekers wezen.
    Gij onderhoudt gestaâg het heuglijk lot.
    Dat Gij, zo mild, voor mij hebt uitgelezen.
    De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren;
    O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren. 
  1. Gij maakt eerlang mij 't levenspad bekend,
    Waarvan, in druk, 't vooruitzicht mij verheugde;
    Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,
    Schenkt mij in 't kort verzadiging van vreugde;
    De lieflijkheên van 't zalig hemelleven
    Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven. 
Psalm 24 vers: 4 en 5
  1. Verhoogt, o poorten, nu den boog;
    Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog;
    Opdat de Koning in moog' rijden.
    Wie is die Vorst, zo groot in eer?
    't Is God, d' almachtig' Opperheer;
    't Is God, geweldig in het strijden. 
  1. Verhoogt, o poorten, nu den boog;
    Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog;
    Opdat g' uw Koning moogt ontvangen.
    Wie is die Vorst, zo groot in kracht?
    't Is't Hoofd van 's hemels legermacht;
    Hem eren wij met lofgezangen. 
Psalm 43 vers: 3 en 4
  1. Zend, HEER, Uw licht en waarheid neder,
    En breng mij, door dien glans geleid,
    Tot Uw gewijde tente weder;
    Dan klimt mijn bange ziel gereder
    Ten berge van Uw heiligheid,
    Daar mij Uw gunst verbeidt. 
  1. Dan ga ik op tot Gods altaren,
    Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
    Dan zal ik, juichend, stem en snaren
    Ten roem van Zijne goedheid paren,
    Die, na kortstondig ongeneugt',
    Mij eindeloos verheugt. 
1 Korintiërs 15: 1 - 11
  1. Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;
  2. Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
  3. Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
  4. En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
  5. En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven.
  6. Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
  1. Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.
  2. En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
  3. Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.
  4. Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.
  5. Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzo prediken wij, en alzo hebt gij geloofd.
Kolossenzen 3: 1 - 4
  1. Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
  2. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
  1. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
  2. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Wat nut ons de opstanding van Christus?

Ten eerste heeft Hij door Zijn opstanding den dood overwonnen, opdat Hij ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken. Ten andere worden ook wij door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is ons de opstanding van Christus een zeker pand onzer zalige opstanding.

Preek: n.a.v. Heidelbergse Catechismus Zondag 17