23 August 2026 Liturgie 23-08-2026 09:30

Voorganger: ds. J. van Dijk uit Ridderkerk
Voorzang:
Psalm 79 vers: 4 en 7
  1. Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven;
    Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven;
    Waak op, o God, en wil van verder lijden
    Ons klein getal door Uwe kracht bevrijden.
    Help ons, barmhartig HEER,
    Uw groten naam ter eer;
    Uw trouw koom' ons te stade;
    Verzoen de zware schuld,
    Die ons met schrik vervult;
    Bewijs ons eens genade! 
  1. Zo zullen wij, de schapen Uwer weiden,
    In eeuwigheid Uw lof, Uw eer verbreiden,
    En zingen van geslachten tot geslachten
    Uw trouw, Uw roem, Uw onverwinb're krachten. 
Psalm 100 vers: 1 en 2
  1. Juich, aarde, juicht alom den HEER;
    Dient God met blijdschap, geeft Hem eer;
    Komt, nadert voor Zijn aangezicht;
    Zingt Hem een vrolijk lofgedicht. 
  1. De HEER is God; erkent, dat Hij
    Ons heeft gemaakt (en geenszins wij)
    Tot schapen, die Hij voedt en weidt;
    Een volk, tot Zijnen dienst bereid. 
Psalm 86 vers: 6
  1. Leer mij naar Uw wil te hand'len,
    'k Zal dan in Uw waarheid wand'len;
    Neig mijn hart, en voeg het saâm
    Tot de vrees van Uwen naam.
    HEER, mijn God, ik zal U loven,
    Heffen 't ganse hart naar boven;
    'k Zal Uw naam en majesteit
    Eren tot in eeuwigheid. 
Psalm 51 vers: 5 en 6
  1. Verberg Uw oog van mijn bedreven kwaad,
    Waardoor mijn ziel gevoelt de diepste wonden;
    Delg, delg toch uit mijn schuld en al mijn zonden,
    En spreek mij vrij van mijne gruweldaad.
    Herschep mijn hart, en reinig Gij, o HEER,
    Die vuile bron van al mijn wanbedrijven;
    Vernieuw in mij een vasten geest, en leer
    Mij aan Uw dienst oprecht verbonden blijven. 
  1. Verwerp mij van Uw aangezicht toch niet;
    Ai, laat van mij Uw Heil'gen Geest niet scheiden.
    Die kan alleen op 't rechte spoor mij leiden;
    Bestier mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet.
    Geef mijn gemoed, dat nu angstvallig vreest,
    De blijdschap weer; doe op Uw heil mij hopen;
    Laat mij, gesterkt door enen eed'len geest,
    Volvaardig 't pad van Uw geboden lopen. 
Psalm 119 vers: 80 en 83
  1. Ai, zie, o HEER, dat ik Uw wet bemin;
    Uw gunst vernieuw' mijn leven en mijn krachten.
    Uw Godd'lijk woord is waarheid van 't begin;
    Uw recht heeft nooit verandering te wachten;
    Dies houd ik dat met een verblijden zin;
    Leer door Uw Geest mij dat gestaâg betrachten. 
  1. Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint!
    Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
    Ik, HEER, die al mijn blijdschap in U vind,
    Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten;
    'k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind;
    Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. 
Psalm 81 vers: 12
  1. Opent uwen mond;
    Eist van Mij vrijmoedig,
    Op mijn trouwverbond;
    Al wat u ontbreekt,
    Schenk Ik, zo gij 't smeekt,
    Mild en overvloedig. 
Ezechiël 36: 22 - 28
  1. Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.
  2. Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd word.
  3. Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.
  4. Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.
  1. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
  2. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.
  3. U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.
Johannes 3: 1 - 7
  1. En er was een mens uit de Farizeeën; zijn naam was Nicodemus, een leider van de Joden.
  2. Deze kwam 's nachts naar Jezus en zei tegen Hem: Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is.
  3. Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
  4. Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?
  1. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.
  2. Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.
  3. Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden.
Tekst Ezechiël 36: 26-27
Herziene Statenvertaling
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Herziene Statenvertaling © Stichting Herziening Statenvertaling (HSV)