08 February 2026 Liturgie 08-02-2026 18:30

Voorganger ds. J.J. Mulder uit Dordrecht
Voorzang:
Psalm 45 vers: 1
  1. Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
    Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen;
    Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft;
    Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft.
    Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven,
    Gaat al het schoon der mensen ver te boven;
    Genâ is op uw lippen uitgestort,
    Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt. 
Psalm 33 vers: 2 en 3
  1. Roemt nu met nieuwe lofgezangen
    De nieuwe blijken van Zijn gunst;
    Het speeltuig moet dien toon vervangen;
    Heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.
    Alles moet Hem eren;
    Want het woord des HEEREN,
    't Richtsnoer Zijner daân,
    Is volmaakt rechtvaardig,
    Al onz' achting waardig;
    Eeuwig zal 't bestaan. 
  1. Hij schept in 't heilig recht behagen;
    Zijn wijsheid is alom verspreid;
    Men hoort al 't wereldrond gewagen
    Van Zijne goedertierenheid.
    's HEEREN alvermogen
    Bracht de hemelbogen
    Door Zijn woord in 't licht;
    Heeft de flonkervuren,
    Die den tijd verduren,
    Door Zijn Geest gesticht. 
Psalm 33 vers: 11
  1. Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:
    In Hem verblijdt zich ons gemoed,
    Omdat wij op Zijn naam vertrouwen,
    Dien Naam, zo heilig, groot en goed.
    Goedertieren Vader,
    Milde zegenader,
    Stel Uw vriend'lijk hart,
    Op Wiens gunst wij hopen,
    Eeuwig voor ons open;
    Weer steeds alle smart. 
Psalm 96 vers: 7 en 9
  1. Zegt, om de heid'nen te verlichten:
    De HEER regeert, die d' aard' wou stichten;
    Dies zij, bevestigd t' allen stond,
    Nooit wank'len zal op haren grond;
    Hij zal naar 't recht de volken richten. 
  1. 't Juich' al voor 't aangezicht des HEEREN:
    Hij komt, die d' aarde zal regeren
    En richten, vol van majesteit;
    De wereld zal gerechtigheid,
    Het mensdom Zijne waarheid eren. 
Psalm 103 vers: 7
  1. Geen vader sloeg met groter mededogen
    Op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen,
    Dan Isrels HEER op ieder, die Hem vreest;
    Hij weet, wat van Zijn maaksel zij te wachten,
    Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten,
    En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest. 
Psalm 27 vers: 6 en 7
  1. Want, schoon ik zelfs van vader en van moeder
    Verlaten ben, de HEER is goed en groot;
    Hij is en blijft mijn Vader en Behoeder.
    Leer mij, o God, Uw weg in allen nood;
    Bestuur, om mijns verspieders wil, mijn voet
    Op 't effen pad; dat 's vijands euvelmoed
    Mij nimmer treff'; vervoerd door list en dwang,
    Getuigt men vals tot mijnen ondergang. 
  1. Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
    Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
    Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
    Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
    Wacht op den HEER, godvruchte schaar, houd moed:
    Hij is getrouw, de bron van alle goed;
    Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer;
    Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den HEER. 
Jesaja 40: 1 - 11
  1. Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.
  2. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.
  3. Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!
  4. Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.
  5. En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.
  6. Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
  1. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.
  2. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
  3. O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!
  4. Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
  5. Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
Jesaja 40: 25 - 31
  1. Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.
  2. Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.
  3. Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?
  4. Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.
  1. Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
  2. De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;
  3. Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.
Johannes 16: 25 - 28
  1. Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen.
  2. In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal;
  1. Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
  2. Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader.
Wat gelooft gij met deze woorden: 'Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde?

Dat de eeuwige Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die hemel en aarde, met al wat er in is, uit niet geschapen heeft, Die ook door Zijn eeuwigen raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoons Christus wil mijn God en mijn Vader is; op Welken ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel of Hij zal mij met alle nooddruft des lichaams en der ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.

Thema: "Mijn God, Mijn Vader".

1. Een almachtige Vader
2. Een kinderlijk-vertrouwelijke omgang