12 April 2026 Liturgie 12-04-2026 18:30

Voorganger: ds. F.A. Visser
Voorzang:
Psalm 18 vers: 0
  1. Voorzang
    Nu zal mijn ziel, nu zullen al mijn zinnen,
    O God, mijn sterkt', U hartelijk beminnen.
    Mijn steenrots, burcht en helper is de HEER,
    Mijn God, mijn rots, mijn zaligheid, mijn eer.
Psalm 33 vers: 1
  1. Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
    Rechtvaardigen, verheft den HEER.
    Het past oprechten, God te loven;
    Zingt Zijnen groten naam ter eer.
    Prijst Hem in uw psalmen,
    Met de schoonste galmen;
    Roept Zijn weldaan uit;
    Laat de keel zich paren
    Met den klank der snaren;
    Looft Hem met de luit. 
Psalm 117 vers: 1
  1. Loof, loof den HEER, gij heidendom;
    Gij volken, prijst Zijn naam alom.
    Zijn goedheid is, in nood en dood,
    Voor ons, Zijn volk, oneindig groot;
    Zijn waarheid wankelt nimmermeer.
    Zingt, Hallelujah, zingt Zijn eer! 
Handelingen 4: 1 - 22
  1. En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;
  2. Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.
  3. En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.
  4. En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.
  5. En het geschiedde des anderen daags, dat hun oversten en ouderlingen en Schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden;
  6. En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.
  7. En als zij hen in het midden gesteld hadden, vraagden zij: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan?
  8. Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel!
  9. Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is;
  10. Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.
  11. Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
  1. En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.
  2. Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.
  3. En ziende den mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.
  4. En hun geboden hebbende uit te gaan buiten den raad, overlegden zij met elkander,
  5. Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen.
  6. Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken.
  7. En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus.
  8. Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God.
  9. Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.
  10. Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was.
  11. Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.
Psalm 111 vers: 5 en 6
  1. 't Is trouw, al wat Hij ooit beval;
    Het staat op recht en waarheid pal,
    Als op onwrikb're steunpilaren;
    Hij is het, die verlossing zond
    Aan al Zijn volk; Hij zal 't verbond
    Met hen in eeuwigheid bewaren. 
  1. Zijn naam is heilig en geducht;
    De vijand beeft op Zijn gerucht;
    Maar 's HEEREN vrees zal altoos wezen
    't Begin der wijsheid; wien Gods hand
    Die doet betrachten, heeft verstand;
    Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen. 
Heidelberger Catechismus Zondag 11

Vraag 29: Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker genoemd?
Antwoord: Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost, en omdat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.
Vraag 30: Geloven dan ook zij in de enige Zaligmaker Jezus, die hun zaligheid en heil bij de heiligen, bij zichzelf of ergens anders zoeken?
Antwoord: Nee. Door dat te doen verloochenen zij de enige Zaligmaker Jezus, hoewel zij Hem met de mond roemen. Want één van tweeën: óf Jezus is geen volkomen Zaligmaker, óf zij die deze Zaligmaker met een oprecht geloof aannemen, moeten alles in Hem bezitten, wat tot hun zaligheid noodzakelijk is.

Verkondiging 'Jezus, mijn Zaligmaker',N.a.v Hand 4:12 & HC Zondag 11
Lofzang van Maria vers: 1 en 3
  1. Mijn ziel verheft Gods eer;
    Mijn geest mag blij den HEER
    Mijn Zaligmaker noemen,
    Die, in haar lagen staat,
    Zijn dienstmaagd niet versmaadt,
    Maar van Zijn gunst doet roemen. 
  1. Hoe heilig is Zijn naam!
    Laat volk bij volk te zaâm
    Barmhartigheid verwachten;
    Nu Hij de zaligheid,
    Voor die Hem vreest, bereidt,
    Door al de nageslachten. 
Psalm 33 vers: 11
  1. Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:
    In Hem verblijdt zich ons gemoed,
    Omdat wij op Zijn naam vertrouwen,
    Dien Naam, zo heilig, groot en goed.
    Goedertieren Vader,
    Milde zegenader,
    Stel Uw vriend'lijk hart,
    Op Wiens gunst wij hopen,
    Eeuwig voor ons open;
    Weer steeds alle smart.