17 May 2026 Liturgie 17-05-2026 09:30

Voorganger: ds. F.A. Visser
Voorzang:
Psalm 116 vers: 11
  1. Ik zal met vreugd in 't huis des HEEREN gaan,
    Om daar met lof Uw groten naam te danken.
    Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken:
    Elk heff' met mij den lof des HEEREN aan! 
Psalm 145 vers: 3
  1. Zij zullen, uit de volheid van 't gemoed,
    Gedachtig aan den milden overvloed
    Van Uwe gunst, die roemen bij elkeen,
    En juichen van al Uw gerechtigheên.
    De HEER is goed en vriend'lijk en weldadig,
    Barmhartig, mild, lankmoedig en genadig;
    Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken;
    Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken. 
Psalm 9 vers: 10 en 18
  1. Hij, die Uw naam in waarheid kent,
    Zal, HEER, op U in zijn ellend'
    Vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten
    Hen, die gelovig tot U vluchten. 
  1. Nooddruftigen vergeet God niet,
    Noch laat hen eind'loos in 't verdriet;
    't Ellendig volk mag op Hem wachten;
    Hij zal hun hoop niet steeds verachten. 
Jesaja 49: 14 - 26
  1. Sion zegt echter: De HEERE heeft mij verlaten,de Heere heeft mij vergeten.
  2. Kan een vrouw haar zuigeling vergeten,zich niet ontfermen over het kind van haar schoot?Zelfs al zouden die het vergeten,Ík zal u niet vergeten.
  3. Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,uw muren zijn steeds vóór Mij.
  4. Uw kinderen zullen zich haasten,maar uw vernielers en verwoesterszullen van u weggaan.
  5. Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie:zij allen verzamelen zich, komen naar u toe.Zo waar Ik leef, spreekt de HEERE,voorzeker, u zult zich met hen allen als met een sieraad tooien,u zult ze ombinden zoals een bruid doet.
  6. Want uw puinhopen, uw woestenijenen uw vernielde land –voorzeker, nu zult u te nauw zijn vanwege zoveel inwoners,en wie u verslonden, zullen ver van u zijn.
  7. Ook zullen de kinderen, van wie u beroofd was,in uw oren zeggen:Deze plaats is te nauw voor mij.Maak plaats voor mij, laat mij hier wonen!
  1. En u zult zeggen in uw hart:Wie heeft deze kinderen voor mij voortgebracht,aangezien ik van kinderen beroofd en eenzaam was,verbannen en verdreven?Deze kinderen – wie heeft ze grootgebracht?Zie, ik was alleen overgebleven.Deze kinderen – waar waren die?
  2. Zo zegt de Heere HEERE:Zie, Ik zal Mijn hand opheffen naar de heidenvolken,naar de volken zal Ik Mijn banier omhoogsteken.Dan zullen zij uw zonen brengen in de armen,en uw dochters zullen gedragen worden op de schouder.
  3. En koningen zullen uw verzorgers zijnen hun vorstinnen uw voedsters.Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aardeen zij zullen het stof van uw voeten likken.U zult weten dat Ik de HEERE ben:zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten.
  4. Zou een machtig man zijn buit ontnomen kunnen worden,of de gevangenen van een rechtvaardige kunnen ontkomen?
  5. Maar zo zegt de HEERE:Ja, de gevangenen van een machtig man zullen hem ontnomen worden,en de buit van een geweldpleger zal ontkomen.Wie u ter verantwoording roepen, zal Ík ter verantwoording roepen,uw kinderen zal Ík verlossen.
  6. Ik zal hen die u onderdrukken, hun eigen vlees te eten geven,en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden als van jonge wijn.En alle vlees zal gewaarwordendat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, uw Verlosser, de Machtige van Jakob.
Psalm 54 vers: 1 en 2
  1. O God, verlos mij uit den nood,
    En red door Uwen naam mijn leven;
    Mijn rechtzaak zij aan U verbleven;
    Och, of Uw arm mij bijstand bood!
    O God, sla acht op mijn gebed,
    Neig tot mijn rede gunstig d' oren,
    En wil mijn bitt're klacht verhoren;
    Zo word' ik uit den angst gered. 
  1. Want vreemden steken 't hoofd omhoog
    Tot mijn verderf; ik zie tirannen,
    Om mij te doden, samenspannen;
    Zij stellen God zich niet voor 't oog.
    Zie, God, die nimmer mij vergeet,
    Is mij een helper in mijn lijden;
    Hij voert hen aan, die voor mij strijden,
    En ondersteunt mij in mijn leed. 
Verkondiging: n.a.v. Jes 49:14-16 'Ik zal u niet vergeten'
Psalm 103 vers: 1
  1. Loof, loof den HEER, mijn ziel, met alle krachten;
    Verhef Zijn naam, zo groot, zo heilig t' achten;
    Och of nu al, wat in mij is, Hem preez'!
    Loof, loof, mijn ziel, den Hoorder der gebeden;
    Vergeet nooit één van Zijn weldadigheden;
    Vergeet ze niet; 't is God, die z' u bewees. 
Psalm 84 vers: 4
  1. Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort;
    Elk hunner zal, in 't zalig oord
    Van Sion, haast voor God verschijnen.
    Let, HEER der legerscharen, let
    Op mijn ootmoedig smeekgebed;
    Ai, laat mij niet van druk verkwijnen;
    Leen mij een toegenegen oor,
    O, Jacobs God, geef mij gehoor. 
Herziene Statenvertaling
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Herziene Statenvertaling © Stichting Herziening Statenvertaling (HSV)