05 July 2026 Liturgie 05-07-2026 18:30

Voorganger: ds. j.c. de Groot uit Dordrecht
Voorzang:
Bedezang voor de predikatie vers: 1
  1. O God, die onze Vader zijt;
    Die t' allen tijd,
    Ons Uwe tegenwoordigheid,
    In Christus, wilt betonen,
    Wanneer men, in Uw naam vergaard,
    Uw Woord verklaart;
    Zie ons nu saâm daartoe bereid;
    Uw Geest koom' bij ons wonen;
    Ontsluit des dienaars hart en mond;
    Wil hem en ons verlichten,
    Opdat hij, uit Uw heilverbond,
    Zichzelf en ons moog' stichten,
    En wij, op Uwe leer gegrond,
    Ons leven daarnaar richten. 
Psalm 85 vers: 1 en 3
  1. Gij hebt Uw land, o HEER, die gunst betoond,
    Dat Jacobs zaad opnieuw in vrijheid woont;
    De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan;
    Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;
    Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust;
    De hitte van Uw gramschap is geblust.
    O heilrijk God, weer verder ons verdriet,
    Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet. 
  1. Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft;
    Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft,
    Zijn gunstgenoot, van blijden troost en vreê,
    Mits hij niet weer op 't spoor der dwaasheid treê.
    Voorwaar, Gods heil is reeds nabij 't geslacht,
    Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht;
    Opdat er eer in onzen lande woon'
    En zich aldaar op 't luisterrijkst vertoon'. 
Psalm 32 vers: 1
  1. Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven;
    Die van de straf voor eeuwig is ontheven;
    Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
    Voor 't heilig oog des HEEREN is bedekt.
    Welzalig is de mens, wien 't mag gebeuren,
    Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren,
    En die in't vroom en ongeveinsd gemoed,
    Geen snood bedrog, maar blank' oprechtheid voedt. 
Psalm 103 vers: 1, 2 en 3
  1. Loof, loof den HEER, mijn ziel, met alle krachten;
    Verhef Zijn naam, zo groot, zo heilig t' achten;
    Och of nu al, wat in mij is, Hem preez'!
    Loof, loof, mijn ziel, den Hoorder der gebeden;
    Vergeet nooit één van Zijn weldadigheden;
    Vergeet ze niet; 't is God, die z' u bewees. 
  1. Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
    Hoeveel het zij, genadig wil vergeven;
    Uw krankheên kent en liefderijk geneest;
    Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
    Met goedheid en barmhartigheên u kronen;
    Die in den nood uw redder is geweest.
  1. Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen,
    En 't goede tot verzading doet ontvangen;
    Uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd.
    De HEER doet recht, is heilig in Zijn richten;
    Treft iemand druk, Hij wil den druk verlichten,
    En hart en mond vervullen met Zijn vreugd. 
Psalm 72 vers: 11
  1. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
    Men loov' Hem vroeg en spâ;
    De wereld hoor', en volg' mijn zangen,
    Met Amen, Amen na. 
Psalm 118 vers: 1 en 14
  1. Laat ieder 's HEEREN goedheid loven;
    Want goed is d' Oppermajesteit;
    Zijn goedheid gaat het al te boven;
    Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
    Laat Isrel nu Gods goedheid loven,
    En zeggen: Roemt Gods majesteit;
    Zijn goedheid gaat het al te boven;
    Zijn goedheid duurt in eeuwigheid! 
  1. Gij zijt mijn God, U zal ik loven,
    Verhogen Uwe majesteit;
    Mijn God, niets gaat Uw roem te boven;
    U prijz' ik tot in eeuwigheid.
    Laat ieder 's HEEREN goedheid loven,
    Want goed is d' Oppermajesteit;
    Zijn goedheid gaat het al te boven;
    Zijn goedheid duurt in eeuwigheid! 
Psalmen 103: 1 - 22
  1. Loof de HEERE, mijn ziel,en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.
  2. Loof de HEERE, mijn ziel,en vergeet niet een van Zijn weldaden.
  3. Die al uw ongerechtigheid vergeeft,Die al uw ziekten geneest,
  4. Die uw leven verlost van het verderf,Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
  5. Die uw mond verzadigt met het goede,uw jeugd vernieuwt als die van een arend.
  6. De HEERE doet rechtvaardige dadenen recht aan alle onderdrukten.
  7. Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt,aan de nakomelingen van Israël Zijn daden.
  8. Barmhartig en genadig is de HEERE,geduldig en rijk aan goedertierenheid.
  9. Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.
  10. Hij doet ons niet naar onze zondenen vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
  11. Want zo hoog de hemel is boven de aarde,zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.
  1. Zo ver het oosten is van het westen,zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.
  2. Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
  3. Want Híj weet wat voor maaksel wij zijnen blijft bedenken dat wij stof zijn.
  4. De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
  5. Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meeren zijn plaats kent hem niet meer.
  6. Maar de goedertierenheid van de HEEREis van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,
  7. voor wie Zijn verbond in acht nemenen aan Zijn bevelen denken om ze te doen.
  8. De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,Zijn Koninkrijk heerst over alles.
  9. Loof de HEERE, u, Zijn engelen,sterke helden, die Zijn woord uitvoeren,gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
  10. Loof de HEERE, al Zijn legermachten,dienaren van Hem, die Zijn welbehagen doen.
  11. Loof de HEERE, al Zijn werken,op alle plaatsen van Zijn heerschappij.Loof de HEERE, mijn ziel!
Tekst: Psalm 103:1-5
Herziene Statenvertaling
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Herziene Statenvertaling © Stichting Herziening Statenvertaling (HSV)