Zij komen aan, door Godd'lijk licht geleid,
om 't nakroost, dat den HEER wordt toebereid,
te melden 't heil van Zijn gerechtigheid
en grote daden.
Psalm 68 vers: 13
Looft God in Zijn gemeent' alom,
Den HEER, gij, die in 't heiligdom,
Als Isrels kroost, moogt naad'ren,
Hoe vrolijk gaan de stammen op
Naar Sions godgewijden top,
Met Isrels achtb're vaad'ren!
De vorsten van elks huisgezin,
Zij trekken aan: hier Benjamin;
Schoon klein, hij mocht regeren;
Daar Juda's stam, die glorie won;
Ginds Nafthali en Zebulon,
Om God, hun Koning, t' eren.
Psalm 17 vers: 3 en 4
Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten,
Omdat G', o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.
Maak Uwe weldaân wonderbaar,
Gij, die Uw kind'ren wilt behoeden
Voor 's vijands macht en vrees'lijk woeden,
En hen beschermt in 't grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak' mij van omhoog;
Bewaar m' als d' appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleuglen dekken.
Zacharia 2: 1 - 13
Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand.
Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn.
En zie, de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en een andere engel trad Hem tegemoet.
En Hij zei tegen hem: Loop snel, spreek tot die jongeman en zeg:Jeruzalem zal niet ommuurd blijven,vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden.
En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE,een muur van vuur rondom,en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.
O, o, vlucht dan uit het land van het noorden!spreekt de HEERE,want Ik heb u verspreidover de vier windstreken van de hemel,spreekt de HEERE.
O, Sion! Zie te ontkomen,u die woont bij de dochter van Babel!
Want zo zegt de HEERE van de legermachten:Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd,heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven,want wie u aanraakt,raakt Zijn oogappel aan.
Want, zie, Ik beweeg Mijn hand over henen zij zullen hun dienaren tot buit worden.Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.
Juich en verblijd u, dochter van Sion,want, zie, Ik kom,en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE.
Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd wordenen zij zullen Mij tot een volk zijn,en Ik zal in uw midden wonen.Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.
De HEERE zal Juda in eigendom nemenals Zijn deel in het heilige land.Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
Wees stil voor het aangezicht van de HEERE, alle vlees,want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.
Getrouwe HEER, Gij wilt mijn goed, mijn God,
Mijn erfenis en 't deel mijns bekers wezen.
Gij onderhoudt gestaâg het heuglijk lot.
Dat Gij, zo mild, voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren;
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.
Ik zal den HEER, die mij getrouwen raad
Gegeven heeft, met psalmgezangen prijzen,
Daar 't Godd'lijk licht mij toestraalt vroeg en laat,
Mijn nieren zelfs bij nacht mij onderwijzen.
Ik stel dien HEER gedurig mij voor ogen;
Zijn rechterhand zal nooit mijn val gedogen.
Verkondiging 'Veilig in Gods Koninkrijk' n.a.v. Zacharia 2
Psalm 130 vers: 4
Hoopt op den HEER, gij vromen;
Is Israël in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israël eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij.
Psalm 115 vers: 6 en 7
Vertrouwt op God, gij allen, die Hem vreest;
Hij is altoos hun schild, hun hulp geweest.
De HEER was ons gedachtig.
Zijn zegen blijft op Israël verspreid;
Aärons huis is die ook toebereid;
God is getrouw en machtig.
Elk, die Hem vreest, hoe klein hij zij of groot,
Wordt van dat heil, die weldaân, deelgenoot.
Hij zal ze groter maken,
En z' u, zowel als 't kroost, dat gij bemint,
Dat nevens u, zich aan Gods wet verbindt,
In dubb'le maat doen smaken.